The nightmare team, de elf zwaarste hamercyclo's van Europa

 2017 © door Herman Nekkers
 
 
Ben je al bezig met het zoeken naar uitdagingen voor het fietsseizoen 2017? Mocht je het idee hebben opgevat een zware cyclo te gaan rijden blijf dan de komende elf dagen alert, want Cyclokalender gaat je helpen bij het maken van een keuze. Onder de naam 'The nightmare team, de elf zwaarste hamercyclo's van Europa' laat het team van Cyclokalender je kennis maken met de meest uitdagende cyclosportieve ritten van het oude continent.

Eerder is deze lijst gepresenteerd door elke dag een cyclo bekend te maken. Nu we dat gedaan hebben volgt hierbij het complete overzicht.


11. Granfondo Gavia e Mortirolo.

Deze granfondo werd voor het eerst georganiseerd in 2005 en is alweer toe aan zijn vierde naam. Granfondo Marco Pantani, Granfondo Giordana en La Campionissimo waren de voorgangers. Maar ondanks dat is het loodzware parcours ongewijzigd gebleven.

In 175 km en 4500 hm's worden de deelnemers over de legendarische Gavia, Mortirolo en Santa Cristina geleid. De Gavia is vanaf die kant werkelijk een van de mooiste Alpenpassen met een aantal lastige passages. Toch is het zaak niet te diep in de reserves te tasten, want de Mortirolo wacht en dat is voor de meeste deelnemers een bron van zorg. Het gemiddelde percentage van de 12 km lange klim ligt op 10,5%. Maar daarbij moet worden aangetekent dat tijdens het middenstuk van 8 km de percentages niet onder de 10% komen en pieken kennen tot 18%. Overhouden is het devies en niet alleen om de Mortirolo te overleven. Nogal wat deelnemers denken nl dat het hiermee wel gedaan is en dat het laatste hellinkje niets meer kan voorstellen. Maar hoe kan men zich vergissen. De Passo Santa Cristina is dan wel minder befaamd dan de naamgevers van deze cyclo. Na de voorgaande krachtsinspanningen doet dit bosweggetje de benen pijn als ware het een middelleeuws martelwerktuig.

Deze cyclo is een krachttoer pur sang in een schitterend landschap. Voor de liefhebbers van verticaal asfalt een must have voor het palmares.

Info: www.granfondogaviaemortirolo.it.


10. Styrkeprøven Trondheim-Oslo.

De naam Styrkeprøven betekent krachtproef in het Noors en dat is niet voor niks. Trondheim en Oslo liggen maar liefst 540 km uit elkaar, een afstand die de deelnemers binnen 36 uur dienen af te leggen. Het is daarom geen verrassing dat deze klassieker altijd rond 21 juni georganiseerd wordt, als de dagen het langst zijn. Hoewel er onderweg geen beklimmingen van betekenis zijn opgenomen is het Noorse landschap natuurlijk allesbehalve vlak. Daarom worden er ook nog en passant een dikke 3600 hoogtemeters overwonnen door de deelnemers. Er wordt gestart in groepen en ook dat heeft een reden. In je eentje is deze beproeving nauwelijks te doen. Deelnemers die zelf niet met een groep gekomen zijn doen er verstandig aan om bij een groep aan te haken en niet meer los te laten.

Meer dan welke cylco wordt de Styrkeprøven bepaald door de omstandigheden. Die bepalen veel, zo niet alles. De deelnemers stellen zich sowieso in op een extreem lange rit, maar hoe deze uitpakt valt van tevoren nauwelijks te voorspellen. Wind mee betekent een redelijk fitte aankomst in de hoofdstad en de mogelijkheid te genieten van het waanzinnig mooie landschap. Maar een stevige wind tegen betekent een helse tocht. En wind kan er staan op de Noorse vlaktes. En regen niet te vergeten. Het plaatselijke klimaat is niet bepaald subtropisch te noemen en langdurige regenval is ook in de zomer geen uitzondering. In het verleden zijn er diverse edities compleet verregend. In zo’n geval moet je als deelnemer echt over een ijzeren wil en doorzettingsvermogen beschikken.
Deze cyclo laat zich wellicht nog het beste vergelijken met de Elfstedentocht. Zeker niet bestemd voor raspaardjes. Dit is een rit voor keiharde bikkels met spieren van staal en een hart van een stier. Mensen die bijen eten als ze honger hebben.

Info: http://styrkeproven.no/de/home.


09. Krusnoton.

Tsjechië. Velen zullen gelijk denken aan Praag, aan het vroegere communisme of aan pils. Dat er in dit land ook gefietst wordt zal niet direct de eerste gedachte zijn, laat staan dat het een meer dan serieuze cyclo herbergt. Toch is dit het geval, want Teplice is de laatste jaren start- en finishplaats van de Krusnoton. Deze cyclo begint de laatste jaren mondjesmaat ook buiten de Tsjechische landsgrenzen enige bekendheid te krijgen, maar voor de meeste wielertoeristen is het nog een onbekende parel. En dat is zeker niet terecht. Ga maar na, de organisatie legt de deelnemers een rit van maar liefst 250 km en 4700 hm's voor de wielen. Uiteraard is het geen hooggebergte, maar het is de schier eindeloze reeks hellingen die de deelnemers dwars zitten. Nauwelijks hoger dan 850 meter, maar het zijn er zoveel, je bent de tel binnen een mum van tijd kwijt. De omgeving is fantastisch, maar hoe langer de dag duurt hoe minder je daar van mee zal krijgen. Voor de meesten is deze ellenlange rit niet meer dan een overlevingstocht. Een buitengewoon serieuze cyclo in een niet voor de hand liggend gebied. Eentje die echt meetelt. De Krusnoton vormt een origineel alternatief voor de bekende cyclo's.

Info: http://www.krusnoton.cz/en/.


 

08. La Sufrida.

Andalusië is de meest zuidelijke regio van Spanje. Een gebied van meteorologische uitersten. Hier bevindt zich de enige echte woestijn in Europa, maar er ligt ook sneeuw op de hoge toppen van de Sierra Nevada. Dit is het gebied waar jaarlijks La Sufrida wordt verreden. Een monstertocht waarin de deelnemers 221 km en bijna 5000 hm's te verteren krijgen. De datum is eind mei, als de heetste periode nog niet is aangebroken. Desondanks is de organisatie zich duidelijk bewust van de klimatologische hindernissen, want men heeft maar liefst dertien verzorgingsposten ingericht. Na iets meer dan 16 km wacht de Muro de Montecorto. De naam zegt het al, hier lopen de percentages op tot 15%. En niet over een klein stukje waar je even kunt doorramen, daarvoor het is net even te lang. Zaak dus om je niet op te blazen, want dat breekt je de rest van de dag nog op.

Het hoogste punt van de cyclo ligt op bijna 1.200 meter hoogte, welke bereikt wordt na een klim van zo'n 10 km. De hele dag is een aaneenschakeling van lange en korte klimmetjes. Geen hellingen met een grote naam, meer het zijn er zoveel, er lijkt geen eind aan te komen. Nee, voor vlakke stukken ben je hier niet aan het juiste adres. Het woestijnachtige berglandschap is heel bijzonder als je daar nog oog voor hebt. Deze rit vraagt het uiterste van de deelnemers die merken dat dit deel van Europa ook buitengewoon uitdagend is. La Suf is een bijzonder uitdagende cyclo in een niet alledaags gebied. Zoek je eens wat anders neem deze dan in overweging.
 
Info: http://www.lasufrida.net/web/bandera-britanica/.
 
 
 

07. SuperGiroDolomiti.

Wellicht de minst bekende cyclo uit deze top 11 wordt verreden in Oostenrijk. De SuperGiroDolomiti is enkele jaren geleden gelanceerd als zware variant van de Dolomitenradrundfahrt die inmiddels al toe is aan zijn 29e versie. Hoewel nauwelijks bekend nogal relatief is. Binnen Duitssprekend Europa heeft deze Radmarathon wel degelijk faam. Zo mag het Bernard Kohl, gewezen dopingzondaar uit de Tour, tot de eerdere winnaars rekenen.

Startplaats is Lienz, de stad waar 232 km en zo'n 5.000 hm’s verderop ook weer wordt gefinisht. Het parcours loopt door de fantastische hoge pieken van de Lienzer Dolomieten en de Italiaanse Dolomieten. Maar liefst zes pasdoorkomsten wachten de deelnemers op. De eerste is de Gailbergsattel en kan nog beschouwd worden als inkomertje. Maar de Plöckenpass die daarna volgt is al heel wat lastiger. Sowieso zijn de hellingen in Oostenrijk vrijwel altijd hard. Geen Alpenland waar de wegen zo steil zijn. Bovenop de pas komen de deelnemers Italië binnen. Niet het bekende gebied, maar een ongerept deel dat nog nauwelijks zwicht onder het toerisme. Daar wacht al snel de Forcella di Lius, een kortere klim met een lastig middenstuk. Maar na de afdaling zitten er nog slechts 85 km op en moet het echte werk nog beginnen.

De Passo Cazon di Lanza werpt haar schaduw vooruit. De 15 km lange klim is dan niet bepaald een grote naam, het stelt de renners wel voor vreselijke problemen. Kilometers lang is het harken boven de 10% over een minuscuul, maar goed geasfalteerd weggetje. Velen laten hun goede benen hier achter. Dan volgt de Nassfeldpass van de Italiaanse kant. Het enige wat de deelnemers op de been houdt is de gedachte dat dit slechts de makkelijke kant is, hoewel werkelijk niemand daar ook maar iets van merkt. Na de afdaling liggen er nog 100 km voor de wielen. Vanaf hier gaat het eerst 60 km omhoog richting de Kartnitscher Sattel. Vooral vals plat, maar na de voorgaande inspanningen is niks meer makkelijk. En het betekent tevens een beroep op de mentale weerbaarheid. Vanaf de pas zit het er feitelijk op, want het is nu nog 40 km afdalen naar de finish. De SuperGiroDolomiti is een perfecte hamercyclo voor iedereen die wel eens een zware uitdaging wil aangaan in een minder voor de hand liggend deel van het schitterende Dolomietengebied.

Info: http://www.dolomitensport.at/super-giro-dolomiti/.


06. Sportful Dolomiti Race.

Hoewel het gros van de deelnemers Italiaans is begint de 'Sportful' de laatste jaren ook buiten de eigen landsgrenzen aan bekendheid te winnen. En terecht, want deze granfondo behoort tot de mooiste en zwaarste die er zijn. De laatste jaren kon telkens het bordje uitverkocht opgehangen worden. 4.500 gelukkigen mochten zich deelnemer noemen in hun poging de 205 km en bijna 5.000 hm's te overwinnen. De eerste helling is de Cima Campo, met 18 km van gemiddeld 6% niet bepaald een eenvoudig inkomertje. Niet te hard van start gaan is het devies, want de Passo Manghen werpt haar schaduw vooruit. De 22 km lange weg is werkelijk een van de mooiste alpenpassen, met een zevental slotkilometers die het uiterste vragen. De weg kronkelt zich als een tagliatellesliert tegen de bergwand omhoog. De schoonheid van het landschap is betoverend. Zelden komt het percentage hier onder 10% en de deelnemers worden langzaam uitgeperst als citroenen.

De Passo Rolle is op papier de makkelijkste hindernis, maar dit valt in de praktijk nog vies tegen na het voorgaande geweld. De 21 km zijn lang en veel deelnemers snakken naar het einde. Maar dat is nog niet in zicht. Want na een zoevende afdaling van 40 km lacht de Passo Croce d'Aune de deelnemers toe. De kleinste rimpeling in het routeprofiel, maar met helse slotkilometers. Vlak voor het plaatsje Aune loopt de weg zo'n beetje kaarsrecht naar boven en de percentages lopen op tot ruim boven de 10%. De laatste 2 a 3 km zijn daardoor moordend. Eenmaal boven is het alleen nog maar afdalen naar Feltre waar een prachtige apotheose wacht in de vorm van de slotklim naar het historische centrum. Een kort kasseienweggetje van 14% zorgt ervoor dat iedereen nog even kortstondig pijn lijdt. Deze granfondo is een echte aanrader voor eenieder die wil genieten van Italiaanse wielersfeer of het schitterende Dolomietenlandschap.

Info: http://www.gfsportful.it/.

 


05. Marmotte Granfondo Alpes.

Tja, de Marmotte, officiele naam Marmotte Granfondo Alpes. Wat valt daar nou nog over te vertellen? Een van de oudste, populairste, waarschijnlijk een van de bekendste en zeker een van de zwaarste met 174 km en 5.000 hm's. Geen cyclo leidt je over zo'n legendarisch parcours als de Marmotte. Ga maar na, alle beklimmingen zijn beroemd van de Tour. Waar de meeste cyclo's finishen in de startplaats ligt de eindstreep van de Marmotte bovenop de Alp. Zodoende zitten er meer klimkilometers in dan daalkilometers. Minder herstelmomenten dus en dat maakt hem bijzonder zwaar.

Na de start wacht als eerste de Col du Glandon. In totaal 30 km, maar erg onregelmatig. Enkele korte afdalingen en steile passages wisselen elkaar af. De afdaling aan de andere kant is geneutraliseerd. Hier zijn in het verleden enkele zware ongelukken voorgekomen, sommige met dodelijke afloop. Voorzichtigheid geboden dus. Hoewel het officieel twee aparte cols zijn vormen de Col du Telegraph en Col du Galibier in feite één lange klim. Enkel onderbroken door een korte afdaling. De Telegraph is nog goed te doen, met een gemiddelde rond de 7%. De Galibier echter is een verraderlijke klim, vooral de laatste acht km zijn berucht. De voorgaande inspanningen, de hoogte boven de 2.000 meter en de percentages rond de 10% maken dit tot hels karwei. Veel deelnemers bereiken meer dood dan levend de top. Blij dat ze nog kunnen ademhalen.

Op de col ligt niet zelden nog sneeuw en vanaf hier volgt een welverdiende afdaling van tientallen kilometers richting Bourg d'Oisans. Linkaf lonken de terrasjes van dit gezellige plaatsje, maar rechtsaf ligt het klapstuk, de fameuze klim naar Alpe d'Huez. Weinig hellingen spreken meer tot de verbeelding. Er wachten nog 13 km naar de finish en dat zijn meestal niet de leukste momenten uit het leven. Veel mensen hebben de 21 bochten wel eens als tijdrit gereden. De Alp in de Marmotte is totaal andere koek, weinigen komen ook maar enigszins in de buurt van hun pr. Wie nog wat heeft kunnen sparen komt nog redelijk boven, maar veel renners zullen zich afvragen waar ze in hemelsnaam aan begonnen zijn. Hoe dan ook, de Marmotte in het Franse hooggebergte is een schitterende cyclo, eentje die eigenlijk niet mag ontbreken op je palmares.

Info: http://marmotte.sportcommunication.info/epreuve.php?C=1&L=1.


04. Ötztaler Radmarathon.

Zonder twijfel is de Ötztaler of ORM een van de meest tot de verbeelding sprekende cyclo's. 238 km en 5.500 hm's worden door de organisatie aangekondigd. In de praktijk blijkt dat dit enigszins naar boven is afgerond, maar uiteindelijk kom je toch nog uit op zo'n 230 km en 5.200 hm's. Een meer dan forse kluif. Uniek is ook het compleet autovrije parcours. Bovendien grenst de organisatie van de ORM zo'n beetje aan perfectie. Aan vrijwel alles is gedacht. Tot aan fietsenrekken bij de bevoorradingsposten toe, zodat je je dure rijwiel niet in het gras hoeft te leggen.

Na de start vanuit Sölden gaat het in sneltreinvaart bergafwaarts naar de voet van de Kühtai. Deze helling is behoorlijk onregelmatig, maar wordt door de meesten met de handrem op genomen. Er komt nog zoveel. De afdaling is werkelijk een feest voor de durfallen en een hel voor mensen met daalangst. Met duizelingwekkende vaart gaat het hier naar beneden, op een enkel stuk zijn snelheden boven de 100 km/u mogelijk. Daarna de Brennerpass, een ellenlang stuk vals plat. Maar o o wat kun je je hier opblazen. Sparen is het devies, niet meer en niet minder. Mentale kracht is nodig.

De 15 km lange Jaufenpass is de volgende helling die wacht. Op zich niet onoverkomelijk, maar het is inmiddels al de derde pas en de kilometers beginnen nu te tellen. Hier wordt het kaf van het koren gescheiden. Steeds meer gezucht en gesteun. Na de afdaling hebben de deelnemers er inmiddels 183 km op zitten. Nog één opgave, maar wat voor eentje. De machtige Timmelsjoch, 1.750 hm's in 25 km. Het begin is nog lieflijk, maar al gauw trekt het aan en is de lol eraf. In het peloton heerst volkomen stilte, iedereen voelt zich zielig en snakt naar het einde. Maar dat is nog lang niet in zicht. Want na een vlak tussenstukje wacht nog een 7 km lange martelgang. Het lijkt uren te duren.

Eenmaal boven begint wederom een afdaling als een achtbaan. In het snelste stuk zijn ook hier weer triple digit snelheden mogelijk. De tussenklim is weliswaar niet al te lang, hij doet wel pijn. Daarna hoeft er enkel nog afgedaald te worden naar Sölden. De aankomst hier is een groot feest met de vele mensen die de rijders nog een keer aanmoedigen. Iedereen wordt als held verwelkomt. De Ötztaler is een cyclo die iedere serieuze cyclorijder eens gereden moet hebben.

Info: https://www.oetztaler-radmarathon.com/de.


 03. Marmotte Granfondo Pyrénées.

In 2016 gelanceerd en gelijk enige faam verworven. De naam 'Marmotte' in combinatie met prestigieuze Pyreneeëncols doet natuurlijk veel. Als het aantal hoogtemeters per kilometer het enige criterium zou zijn om de zwaarte van een cyclo te bepalen dan was deze zonder enige concurrentie nummer één. De 163 km lange rit bevat maar liefst 5.500 hm's. Het is werkelijk onvoorstelbaar hoe men erin is geslaagd zoveel hoogtemeters in een relatief korte rit te proppen. Vorig jaar nog gestart met enkele honderden deelnemers, maar het evenement heeft alles in zich om de komende jaren uit te groeien tot een echte klassieker.

Vanaf de start in Luz Saint Sauveur gaat het gelijk omhoog richting de Tourmalet. Dan zijn de benen nog goed en het is zaak dit zo lang mogelijk zo te houden. Direct daarna gaat het richting de Hourquette d'Ancizan, een col die de laatste jaren meermaals in Tour heeft gezeten. Het aantal hoogtemeters loopt gestaag op en de beroemde Col d'Aspin is het volgende doel waartegen de renners het moeten opnemen. Bovenop de col is men pas op de helft en het ergste moet nog komen. De Tourmalet wacht voor de tweede keer, maar nu de zwaardere oostkant. De percentages van deze 17 kilometer lange pasweg duiken slechts bij uitzondering onder de 10%. Het is daardoor een bijzonder lastige beproeving die het uiterste vergt van de deelnemers.

In sneltreinvaart neem je de Tourmaletafdaling, suis je door startplaats Luz Saint Sauveur en daal je nog wat verder naar de voet van de beruchte Hautacam. In het verschiet liggen 15 km a 7,6%. Dit is vergelijkbaar met de Alpe d'Huez, maar dan langer. Een taaie opgave na zo'n lange dag. Niemand zal in de buurt van zijn pr komen. Bovenop tref je een parkeerplaats aan, maar het is sowieso de vraag of je überhaupt nog wat opneemt van de omgeving. De Marmotte Pyrenees is een bikkelharde cyclo die de komende jaren zeker aan bekendheid gaat winnen.

Info: http://marmotte.sportcommunication.info/epreuve.php?C=5.


02. Alpenbrevet.

Het Alpenbrevet is een geval apart. Meerdere afstanden kent deze cyclo en zelfs de een na langste versie, de zg Gold Tour, komt zomaar in aanmerking voor deze ranglijst. We beperken ons echter tot de langste afstand, de Platin Tour. 276 km, 5 passen en 7.000 hm's telt deze monstertocht. Het is niet alleen een hamercyclo van de bovenste plank, het is ook nog eens een van de allermooiste. De schoonheid van de Zwitserse Alpen laat zich met geen pen beschrijven. Bij het krieken van de dag vormen de 2.500 starters een lang lint in Meiringen. Zo rond de 500 hebben zich voorgenomen de allerzwaarste uitdaging te volbrengen. Waar de deelnemers zich bij andere cyclo's vaak richten op een eindtijd is het uitrijden van de Platin Tour voor de meesten al een doel op zich. En dat is niet iedereen gegeven, want Airolo dient voor 11:15 bereikt te zijn. Wie te laat is wordt onverbiddelijk doorgestuurd naar de Gold Tour. Deze limiet is best scherp en zodoende wordt het deelnemersveld daar nog eens flink uitgedund. Op dat moment zitten de fantastisch mooie Grimselpass en de zware Nufenenpass er al op. Na Airolo volgt eerst een lange afdaling, waarna direct de eindeloze klim van de Lukmanierpass begint (42 km). Steeds minder renners zie je om je heen en er wordt een beroep gedaan op een sterke moraal.

De Oberalppass bestaat uit kilometers lang vals plat gevolgd door een stevige klim met een serie haarspeldbochten. Bovengekomen zit de vierde pas erop en is het afdalen richting Wassen. Het laatste stuk daarvan is geneutraliseerd vanwege het drukke verkeer. In Wassen start dan de Sustenpass. Voor veel deelnemers een absolute martelgang. Sowieso is deze klim van 17 km niet mals. Bovendien loopt de weg kilometers lang rechtdoor. Het enige uitzicht is een weg die omhoog loopt en nergens lijkt te eindigen. Eenmaal bovengekomen wacht nog een ellenlange afdaling richting de finish. Wie niet tot de allersnelsten behoort zal dit doen in de avondschemer. Een lichtje is daarom aan te raden. Het gevoel tijdens de laatste minuten is euforisch, tijdens de finish orgastisch. Wie de Alpenbrevet Platin Tour op zijn palmares heeft staan mag dat met recht supertrots uitdragen.

Info: http://www.alpenbrevet.ch/.

 


01. Tour du Mont Blanc.

De Tour du Mont Blanc is zoals de naam al zegt, een rondje om de hoogste berg van de Alpen. Drie landen doorkruist deze waanzinnige monstertocht van 330 km en 8.000 hm's. Hiermee is het zonder enige concurrentie de zwaarste cyclo van Europa. Wellicht twijfelen veel mensen eraan of dit nog een cyclo is. Daar kun je heel lang over discussiëren, maar je komt er nooit uit. Wij nemen daarom de vrijheid om deze gewoon op te nemen in de Top 11.
 
Gestart wordt om 5 uur 's morgens in het Franse dorpje Saisies dat bovenop de gelijknamige col ligt. In het schemerdonker dalen de deelnemers geneutraliseerd af. Een lichtje is aan te raden. Wat daarna volgt is een eenzame dag, want meer dan welke cyclo ook rijdt iedereen hier zijn eigen tempo. De eerste honderd kilometer gaan op en af, maar zijn prima te doen. Vanaf het Zwitserse Martigny gaat het voor het eerst kraken. De Champex is geen col van naam, maar wel een steile rakker. Na een korte afdaling volgt direct het dak van de ronde, de Col du Grand Saint Bernard. Deze is al net zo lang als zijn naam. Eerst nog over een lange doorgaande weg met galerijen, maar de laatste km's door een prachtig woest Alpenlandschap.

Italië is inmiddels bereikt en na een afdaling die nog langer is dan de klim volgt een stuk valt plat. Dit lijkt eindeloos, maar het fenomenale uitzicht op de Mont Blanc vergoedt veel. Daarna de Col du Petit Saint Bernard. Ondanks het woordje 'Petit' is dit ook al zo'n reuzenbeklimming. De renners worden nu langzaam uitgeknepen. Op de col geeft de teller inmiddels 6.000 hm's aan en de gedachte dat er hierna nog twee cols volgen is gekmakend. Toch zit er niks anders op dan deze aan te vangen. Je wilde dit toch zo graag? Dus wacht de Cormet de Roselend rustig in het avondzonnetje op de helden die al lang niet meer voor hun lol de tocht rijden. Wie ook deze beproeving tot een goed einde brengt weet dat er nu nog slechts een afdaling en een klim wachten. De Col de Saisies is er normaal gesproken eentje van het type 'twee vingers in de neus'. De deelnemers van de Tour du Mont Blanc denken daar heel anders over. Van het eind van de middag tot middernacht ploeteren hier kapot gestreden renners in hun laatste kilometers richting de finish. Als je de streep eenmaal gepasseerd bent weet je twee dingen heel zeker: je bent steenkapot en hebt iets heel bijzonders gepresteerd. De Tour de Mont Blanc is slechts weggelegd voor een select groepje mensen, maar het is een avontuur voor het leven.

Info: http://letourdumontblanc.fr/.


The nightmare team, de elf zwaarste hamercyclo's van Europa:

11. Granfondo Gavia e Mortirolo (Italië).
10. Styrkeprøven Trondheim-Oslo (Noorwegen).
09. Krušnoton (Tsjechië).
08. La Sufrida (Spanje).
07. SuperGiroDolomiti (Oostenrijk).
06. Sportful Dolomiti Race (Italië).
05. Marmotte Granfondo Alpes (Frankrijk).
04. Ötztaler Radmarathon (Oostenrijk).
03. Marmotte Granfondo Pyrénées (Frankrijk).
02. Alpenbrevet Platin Tour (Zwitserland).
01. Tour du Mont Blanc (Frankrijk).

Hiermee is de ranglijst compleet. Over de volgorde kan eeuwig gediscussieerd worden, maar wij hopen dat jullie ervan genoten hebben. En dat het je vooral veel inspiratie heeft gegeven voor het komende jaar of de jaren daarna. Houd www.cyclokalender.nl en onze Facebook pagina in de gaten voor het laatste nieuws uit de wereld van cyclo's en toertochten.

 





Bezoek ons op Facebook! Volg ons op Twitter Volg ons op Instagram Stuur een mail

Hosted and powered by RLAhosting




© C Y C L O K A L E N D E R (2014 - 2018)