Verslag La Marmotte corona-edition


vrijdag 11 september 2020 door Frank Jansen


Afgelopen winter heb ik mijn trainingsrondjes regelmatig gereden met een fietsclub uit Chaam. Deze club vroeg mij dit voorjaar of ik interesse had om met hen mee te gaan naar de Marmotte. Aangezien het alweer een paar jaar geleden was dat ik deze cyclo nog eens gereden had, had ik hier wel zin in. We zouden een week in een huis verblijven en afsluiten met het rijden van de Marmotte. Het coronavirus dreigde roet in het eten te gooien. Het was onzeker of de Marmotte wel kon doorgaan. Uiteindelijk werd deze niet afgelast zoals heel veel andere cyclo’s maar uitgesteld naar 5 september. Zo kon ik de zomer ook nog doortrainen. ;)

Toch ging ik met een onzeker gevoel naar de Alpen. Ik had helemaal geen hoogtemeters gemaakt dit jaar, wel heb ik enkele lange duurritten gereden en met de kilometerstand zat het ook wel goed. Gelukkig had ik een aantal dagen voor de Marmotte de tijd om nog wat aan klimtraining te doen. Maar ik moest ook voldoende rust nemen natuurlijk. Op zondag 30 augustus kwam ik aan in de Alpen. We bleken een chalet iets buiten Vaujany te hebben gehuurd. Shit, dat betekende iedere dag nog 7 km terug klimmen met flinke stijgingspercentages. Ik hoopte maar dat ik dit niet na de Marmotte nog moest doen.

Toen we aankwamen was het grijs en koud. De cyclo de GFNY Alpes Vaujany die die dag verreden zou worden was ingekort vanwege het slechte weer. De dagen erna klaarde het weer echter helemaal op en uiteindelijk zouden we de hele week prachtig weer hebben, echt perfect fietsweer. De eerste dagen van de week heb ik daarom flink wat cols kunnen beklimmen: De Sarenne, Col de la Morte, Col d’Ornon, de Galibier (van beide kanten) en de Alpe d’Huez. Ik kreeg steeds meer vertrouwen dat ik de Marmotte ging volbrengen.

D-Day

Op zaterdag 5 september gaat om 5 uur de wekker. Natuurlijk heb ik weer bagger geslapen, ik heb altijd flinke zenuwen voor en cyclo hoewel ik er al genoeg gereden heb. Ik werk een flinke kom yoghurt met muesli en wat brood met jam naar binnen. Voor onderweg neem ik zelf een heleboel eten meen, ik heb zelfs een frametasje op mijn fiets. Er was namelijk aangekondigd door de organisatie dat er alleen drank zou worden verstrekt onderweg. Uiteindelijk viel dit mee, er werd wel verpakt voedsel verstrekt maar dit was beperkt tot knijpfruit, verpakte koeken en mueslirepen. Ik was achteraf toch wel blij met mijn meegenomen energierepen en gelletjes.

Om 6 uur dalen we in het donker met de auto af naar Bourg d’Oisans. Tsja, het is september nu en dan wordt het wat later licht. En zo hoef ik na de cyclo ook niet teug naar het huis te klimmen. We parkeren de auto iets buiten Bourg en fietsen naar de start. Van ons clubje rijdt niet iedereen officieel mee, wij zijn met drie. Alledrie hebben we een nummer voor een ander startvak. Ik mag echter in het eerste startvak aansluiten en zo sta ik om kwart voor 7 klaar voor de start. Het is behoorlijk minder druk dan andere jaren in het startvak. Dit zou ik ook de hele dag zo ervaren. 


Een paar minuten na 7 uur rijd ik over de startstreep en Bourg d’Oisans uit. Zoals gewoonlijk zit meteen het tempo erin. We rijden al snel dik over de 40 en dat vind ik iets te snel gaan, dus ik sluit aan bij een pak renners die net onder de 40 rijdt. Zo rijden we naar Allemond en naar de Glandon. Op die col zoekt iedereen zijn eigen tempo. Ik weet dat ik hier moet sparen, sowieso moet ik de hele dag sparen want ik ben nog steeds niet overtuigd van mijn voorbereiding. Het eerste stuk loopt mijn hartslag op tot boven de 160 maar na een paar kilometer kan ik deze laten zakken tot halverwege de 150. Prima, op deze hartslag kan ik het de hele dag volhouden. Wat eerder dan ik dacht komen we in Rivier de Allemond, hier begin het stukje afdaling halverwege de klim. Ook hier is het minder druk. Na de afdaling volgt een steil stuk, mijn Garmin tikt even de 15% aan. Daarna klim ik rustig verder richting het tweede stuwmeer. Ter hoogte hiervan wordt de klim weer iets eenvoudiger. Na ruim 2 uur fietsen kom ik aan op de top van de Glandon. Hier kan ik redelijk op mijn gemak naar een tafeltje toe gaan (nadat ik mijn mondkapje op heb gedaan) om mijn bidon te laten vullen. Het is niet erg koud op de top en ik ga relaxed de afdaling in.

In de afdaling valt me pas echt op hoeveel minder druk het is, er is veel ruimte in de bochten. Ik rijd voor mijn doen lekker naar beneden. Toch krijg ik het voor elkaar dat ergens mijn achterwiel even uitbreekt. Dat is schrikken. Ik rijd daarna wat voorzichtiger naar beneden.

Door het dal


In het dal weet ik dat ik een groepje moet zien te vinden. Ik kan vrij snel ergens aansluiten. Echter, deze mannen rijden iets te snel, met name het optrekken na een bocht kost te veel moeite. Voor me laat een renner lopen en ik dicht het gaatje. Toch laat ik ze vrij snel daarna ook gaan en rijd alleen door. Na even alleen te hebben gereden komt er een nieuw peloton voorbij. Zij rijden een fijn tempo en ik kan makkelijk volgen. Echter, als er een snellere groep voorbij komt haken een aantal van mijn gezelschap hier aan en wordt het tempo de hoogte in getrokken. Ik rijd mee zolang het me niet teveel moeite kost. Ineens hoor ik een flinke klap, er rijden twee renners op een wegafzetting, daar waar een bord de afscheiding tussen fietsstrook en rijbaan aangeeft. Alles valt hierdoor letterlijk uit elkaar en ik rij weer alleen. Maar er komt nog een derde collectief voorbij waar ik kan aanhaken. Deze equipe kan ik volgen tot aan de voet van de Télégraphe. 


De Télégraphe rijd ik rustig op en halverwege stop ik even voor water. Bovenop eet ik een reep en een gelletje, maak een foto en daal naar Valloire. De twee kilometer het dorp Valloire uit zijn zwaar, 8 à 9%. Gelukkig komt vlak erna een bevoorrading. Hier valt pas echt op hoe weinig deelnemers er zijn. Ik kan op mijn gemak mijn bidon vullen en wat te eten pakken. Even snel plassen en dan verder, de Galibier op.

De Galibier had ik drie dagen ervoor van beide kanten beklommen dus ik wist nog precies wat me te wachten stond. Ook toen vond ik de klim vanaf Valloire zwaar (hoewel ik toen fris was) dus ik weet dat ik weer de spaarstand in moest schakelen. Toch gaat het stuk naar Plan Lachat weer best lekker. En de eerste steile kilometer daarna gaat ook eerder voorbij dan drie dagen eerder. Toch heb ik het de resterende kilometers naar de top wel zwaar gehad. Het is echt kilometers aftellen. Fijn is wel dat ik nu geen last heb van voorbij scheurende motoren zoals drie dagen ervoor. Eenmaal op de top van de Galibier, ben ik wat licht in mijn hoofd, ik moest even bekomen. Maar na wat gegeten en gedronken te hebben gaat het weer. Ik neem een magnesiumshot (ik ben nogal gevoelig voor kramp) en duik de afdaling in.

Veel wind

In de afdaling lijkt het soms wel alsof ik terug geblazen word, zoveel wind staat er op kop. Op sommige stukken kom ik nauwelijks boven de 40 per uur uit. Het is inmiddels behoorlijk rustig op de weg dus hoop op een groep na de Lautaret heb ik niet meer. Ik rijd deze afdaling inderdaad grotendeels alleen. Toch gaat dat heerlijk, volle bak door de bochten heen. Er is ook niet veel verkeer dus ik heb echt de ruimte. Ook deze afdaling heb ik drie dagen ervoor al gereden dus ik weet alles nog precies. Onderweg vormen zich ook geen groepjes, ik haal alleen langzamere renners in. Pas in de laatste vlakke kilometers voor Bourg d’Oisans kan ik samen rijden met een andere renner en kan ik dus ook even in het wiel zitten. Mijn kopbeurten zijn uiteraard een stuk zuiniger dan de zijne. ;)

Ik heb ondertussen wat zitten rekenen. Ik schatte vooraf in dat ik nog prima voor 17 uur zou kunnen finishen, met de neutrale afdaling van de Glandon eraf zou ik dan mooi onder de negen en een half uur rijden. Een mooie verbetering van mijn tot dan toe beste tijd. Bij de bevoorrading in Bourg d’Oisans vul ik nogmaals mijn bidons, eet wat en begin aan de Alp.

Harken op de Alpe

Het komt vast door de felle zon, op het toestel maar mijn Garmin wijst inmiddels 34 graden aan. Wow, dat is wel erg warm. Het duurt  een paar kilometer voordat de temperatuur op het scherm minder dan 30 aanwijst. Ik rijdk de Alp echt in een slakkengang op, maar gelukkig ben ik niet de enige. Ik heb mezelf beloofd dat ik in de Nederlandse bocht 7 even mag stoppen als daar water te krijgen is. Dit is gelukkig het geval. Ik pak daar koel water gepakt en giet wat over me heen. Daarna harkt ik weer verder. Zo vlakbij bocht 2 krijg ik het echt zwaar maar omdat ik weet dat ik er bijna was kan ik blijven doorgaan. Eenmaal aangekomen bij de bebouwing is het ergste achter de rug. De laatste kilometer stelt weinig meer voor. Zo bol ik voldaan over de finish van La Marmotte, inderdaad een paar minuten voor 5 in de middag. Ondanks alle coronamaatregelen is er ook nu pasta te krijgen aan de finish. En ondanks dat die ook nu niet geweldig is, eet ik dat bakje toch maar leeg. Altijd fijn om wat normaal eten te kunnen eten na een dag van repen en gels. Hierna rijd ik terug naar het terras van L’Indiana, om mij te voegen bij de anderen van de groep die al gefinisht zijn.

Mijn officiële tijd is uiteindelijk 9u16, goed voor zilver in mijn leeftijdscategorie (41-50). Hiermee ben ik tevreden, want mijn beste tijd tot nu toe. Maar ik ben vooral tevreden dat ik in dit vreemde fietsjaar de Marmotte heb uitgereden!

Foto's en tekst: Marc Goossens






Gerelateerde artikelen

Cyclokalender biedt de grootste en meest actuele verzameling van sportieve fietstochten wereldwijd (>1700). Met slimme filters vind je de beste cyclo of toertocht. Tevens bieden we je het laatste nieuws voor de sportieve fietser. Bezoek onze website www.cyclokalender.nl. Volg en like ons op Facebook, Twitter en Instagram, klik op één van de buttons onderaan de pagina.



© C Y C L O K A L E N D E R (2014 - 2020)