Verslag Tour de Kärnten etappe 5 - Bad Bleiberg


woensdag 23 mei 2018 door Herman Nekkers



In de serie bizarre verhalen, vandaag het bizarre verhaal. Hoe een fietsrace verandert in een compleet avontuur waarin alles misgaat. Het begint allemaal nog zo rustig. ’s Morgens zit het hele team aan de ontbijttafel en de rit van de dag wordt doorgenomen. Niks bijzonders. Er wordt nog even stilgestaan bij het telefoontje dat Stuiterbal gisteravond had met big boss Bernd met het verzoek in blok B te starten ipv blok C. Een lekke band kan immers toch geen reden zijn voor terugzetting. Tot ieders verbazing bleek Bernd niet te vermurwen. Maar goed het weer ziet er prima uit en de verwachtingen voor de rest van de dag zijn alleen maar beter. Ik maak bij de start een praatje met wat bekenden. Hoor het verhaal van fietsmaat Tom die gisteren hals over kop een lekke band moest repareren en keer rustig terug in het startvak. Nog tien minuten. Bernd meldt tijdens de briefing dat er beter rechts gereden dient te worden, anders komt het evenement in gevaar. Ondertussen voel ik routineus even aan mijn bandjes. Holy shit, mijn achterband is zacht. Paniek, stress, wat te doen? Een pomp, een pomp, waar kan ik een pomp vinden? Ik loop naar de auto van wat Hongaren en zij hebben een pomp. Nee, ook dat nog, mijn ventiel is kapot. Er is geen lucht meer in te krijgen. Nieuw bandje dan maar. Nog zeven minuten. De clown komt aanlopen en helpt. Ik heb altijd twee reservebandjes mee en pak er eentje. Ook dat nog, het randje van mijn bandenlichter breekt af. Nog vijf minuten. Met behulp van zijn bandenlichters lukt het de oude band eruit te halen. Nog vier minuten. Nieuw bandje erop en erin proppen. Nog drie minuten. Sluitstuk van het koolzuurpatroon erop draaien, patroon erop en kraan open. Nog twee minuten. De band vult zich, yes. En loopt weer leeg. Nee hè, hoe kan dat nou? Nog een keer proberen. Nog een minuut. Shit hetzelfde verhaal. De clown is naar het startvak en ik zit hier zielig te zijn. De start is over en uit voor mij. ‘Und da sind sie weg!’, roept de speaker. Ik kan er niet naar kijken. Als ik het sluitstuk eraf draai blijkt het bovenste deel van het ventiel erin te zitten. Blijkbaar zat dat los. Tja, wat nu? Tweede bandje dan maar en naar huis. Misschien zelf nog een stukje fietsen in de buurt. Ik leg dat erop en nu werkt het koolzuurpatroon vlekkeloos. Ik krijg hulp van een vriendelijke deelnemer die een dagje overslaat. Hij komt nog aanzetten met een pomp en werkt het bij tot een stuiterende 8 bar. Goed, het is nu 9:08 en de start blijkt nog open. ‘Kann ich noch starten?’, vraag ik met een kansloos gevoel. ‘Ja ja, kein problem, wenn du schnell bist.’ Ik rij direct over de streep en doe nog even een plas.

Om 9:10 rij ik weg moederziel alleen langs het meer. Hopende snel de laatste deelnemers tegen te komen en er onderweg nog wat op te pikken. Na een kilometer of tien kom ik op een kruising en wordt aangesproken door de bezemwagen. Of ik een deelnemer ben. ‘Ja ja’. ‘Ok, gut, bei die nächste Ampel rechts.’ Mooi zo, de bezemwagen is nu achter me en ook zie ik al snel een ondersteuningsmotor van de organisatie. Die rijdt dus ook in de buurt. Dat is wel zo prettig, want ik heb geen reserveband meer en ook geen koolzuurpatronen.  Maar goed, hoe vaak heb ik in mijn vijftienjarige fietscarriere nou twee keer lek gereden. Ik denk dat het hooguit twee keer is geweest. Na 22 kilometer haal ik de eerste deelneemster al in. Toe maar, dat wordt een lang dagje voor haar, denk ik bij mezelf. Ik dender door op weg naar meer slachtoffers. Drie kilometer later haal ik de volgende in. Hij blijft even in het wiel, maar moet passen op het eerste de beste heuveltje. Het weer is prachtig, de omgeving ook en ik rij hier lekker in mijn eentje in Karinthië. Wel merk ik dat de hartslag niet echt omhoog wil. Vermoeidheid van de afgelopen dagen schat ik in. Het gaat hier langdurig vals plat omhoog, daarna langdurig vals plat omlaag. Klimmen mag je dit niet noemen. Dan dient zich de eerste serieuze helling aan. Het gaat heel stevig omhoog, zoals we dat de afgelopen week zo vaak hebben meegemaakt. Al snel dient zich weer een deelnemer aan. Ik kan er overheen en laat hem achter. Het klimmetje is stevig met uitschieters ruim boven de 10%, maar het duurt minder lang dan ik verwachtte. Na de top dender ik naar beneden en nog steeds staan er verkeersregelaars het verkeer tegen te houden. Dat is echt super. Of je nu nummer 1 of nummer laatst bent, iedereen krijgt dezelfde behandeling. Over de brug en het dorpje in. Op weg naar het vervolg. Dus ik rij in dat dorpje en voel ineens mijn achtervelg. Ongelooflijk, weer lek, denk ik bij mezelf. Tja wat nu? Ik heb niks meer en ga maar wachten op de bezemwagen. Misschien kan ik met hen meerijden of kunnen ze wat regelen. Meer dan 15-20 minuten zal het niet duren verwacht ik. Daar sta ik dan in het heerlijke zonnetje. Ik zie de op twee na laatste en de voorlaatste langsrijden. Terwijl ik eraan denk hoe ik thuis kan komen komen daar de bezemwagen en motor eindelijk aan. De motor stopt en meldt: ‘Ich habe einen Innenrohr und eine Pumpe.’ Wow, dat is nog eens goed nieuws. Dus ik begin met wisselen en pomp het bandje op. Het is echt zo’n pompje waar je heel lang mee bezig bent en je band toch niet echt lekker opgepompt mee krijgt. Maar goed, het is wat. Ik kijk wel even of er een fietsenwinkel in de buurt is en daar een pomp kan regelen, zegt de vriendelijk motard. Prima, ik wacht nog even. Het heeft toch al lang genoeg geduurd. Een minuutje meer of minder maakt dan ook niet uit. En terwijl ik sta te wachten zie ik ineens Denis voorbijkomen. Denis reed twee dagen geleden ook bij me. En ik heb geleerd dat je altijd vrienden moet maken in het peloton. ‘Denis, Denis, warte mal, dann fahren wir zusammen’, roep ik. Hij stopt inderdaad. Helaas komt de motormuis onverrichter zake terug. Ik blaas nog even wat wanhoopslucht in de band met het pompje dat voorhanden is en we gaan op weg.

Denis blijkt een Bulgaar die al lang in Duitsland woont. Een vent van de vriendelijkste soort. Ik leg hem uit dat er nog een lang stuk komt met waarschijnlijk wind tegen. Dus we kunnen elkaars hulp goed gebruiken. Maar eerst een kort lastig pukkeltje voor de bevoorrading. Daar treffen we Ivana weer, de Amerikaanse die dagelijks de bezemwagen bezighoudt. Maar ze rijdt hem wel uit hè, op karakter. En wat blijkt? Er is zowaar een goede pomp voorhanden en zo rij ik dus zomaar met een goede achterband rond. Ik voel me helemaal het heertje. Nu mag het toch wel eens goed gaan. Gezamenlijk komen Denis en ik op het ellenlange rechte stuk. Ik herinner me van afgelopen jaar dat het hier lekker liep in een grote groep. Nu worstelen twee mannetjes zich door de stevige tegenwind en de heuvels die hier lijken neergelegd om fietsers te pesten. De krachten vloeien uit mijn lijf en denkbeeldig dank ik Denis voor zijn aanwezigheid. Wat had dit moeten zijn om hier alleen te rijden? Denis is een stuk jonger dan ik en ik merk dat hij wat sterker is vandaag. Desondanks verzuim ik mijn kopplicht niet en doe wat ik kan. Eindelijk gaat het rechtsaf naar de laatste hindernis, Bad Bleiberg. Van vorig jaar herinner ik me een onooglijk klein weggetje dat op zijn Oostenrijks recht omhoog loopt. Wat fietsers? Niks mee te maken, recht omhoog, zo min mogelijk asfalt gebruiken. Hier worden de benen echt getest. We eten nog een paar gummiberen voor de laatste kracht en worstelen ons door de helse percentages. Nummer een na laatst loopt hier naar boven. Man man, wat een hel moet dat voor die man zijn. We gaan nu rechtsaf de grote weg op richting de finish in Bad Bleiberg. Nu loopt het beter, hoewel het makkelijker was in mijn herinnering. Denis gaat iets sneller. Ik laat het lekker gaan, want ik zit af te zien als een monster. De inspanningen van de dag hebben me compleet gesloopt. Tot op het bot. De laatste kilometers zijn licht bergaf en het aangekondigde hellinkje in het dorp stelt helemaal niks voor. Nog een kilometer en daar zie ik zowaar de bekende Team KAPUTT-shirts. ‘Jemen, Jemen!’, roep ik de teamyel. De ogen van de mannen nemen de grootte aan van uilenogen. Die dachten dat ik al lang en breed in het pension zat. Nog tweehonderd meter en ik laat de finish achter me. Hier klap ik neer op een stoel. De meesten zijn omgekeerd om het verhaal te horen en me te helpen. Toppers! Ze halen soep, brood en een alcoholvrij biertje. Wat een genot, ich bin total KAPUTT. Wat een avontuur is dit zeg. En groupe rijden we uiteindelijk weer terug, waar ik maar wat bij mee ben.

De mannen hebben zelf ook lekker gereden. De beul wint weer en lijkt de eindzege niet meer te kunnen ontgaan. Stuiterbal verslaat de clown in de supersprint met een banddikte verschil, tweetiende. Groentje kweet zich perfect van de knechtenrol voor de beul, de clown en stuiterbal. Hij reed de perfecte race. Mellow yellow deed het rustig aan vandaag, net als de veteraan. Obey had een goede dag en finishte kort achter de veteraan. De stille reed als altijd, niet snel, maar gewoon doorgaan. En ik, had ik daar al iets over gezegd?

Uitslag

de beul2:59:22
stuiterbal2:59:49.5
declown2:59:49:7
groentje3:03:25          
mellow yellow3:25:42                                              
de veteraan3:34:10
Obey3:36:37
de stille4:06:14
ik zei de gek4:16:36





Gerelateerde artikelen

Cyclokalender biedt de grootste en meest actuele verzameling van sportieve fietstochten wereldwijd (>1700). Met slimme filters vind je de beste cyclo of toertocht. Tevens bieden we je het laatste nieuws voor de sportieve fietser. Bezoek onze website www.cyclokalender.nl. Volg en like ons op Facebook, Twitter en Instagram, klik op één van de buttons onderaan de pagina.



© C Y C L O K A L E N D E R (2014 - 2020)