Verslag 2014 ( Sportful Dolomiti Race )

Gepubliceerd op dinsdag 08 december 2015 door Herman_N.


De Sportful Dolomiti Race werd dit jaar voor de 20e keer georganiseerd en dat werd gevierd met de terugkeer naar het oorspronkelijke parcours. “The Manghen is back” was de leus die daarbij hoorde en de organisatie droeg dat groot uit. Voor mij was het de tweede deelname aan deze gran fondo die in 2011 al grote indruk op mij maakte door de perfecte organisatie en prachtige omgeving. De vernieuwde route bestond uit 205 km met dikke 4850 hoogtemeters. Samen met fietsmaat J overnachtten we in de buurt van Feltre waar het voorafgaand aan de gran fondo nog even spannend werd als het ging om het weer. Een beetje regen konden we hebben, maar de regenbui die het gebied zaterdagmiddag teisterde kon de vergelijking met een tropische regenbui met gemak doorstaan. Dat moesten we zondag niet hebben.

Op zondagmorgen worden we echter wakker met een klein miezerbuitje in ons hotel op een km of 20 van startplaats Feltre. Dat wordt dubben over de kleding, maar in Feltre zelf is het droog doch zwaar bewolkt en dreigend. De regenjas blijft zodoende in de achterzak, maar overschoenen, windstopper en armstukken gaan wel aan. De start verloopt stroef, het recordaantal deelnemers (4500) is te groot om snel weg te schieten door de smalle straten, maar na een paar minuten is iedereen op pad.

Ik ben Feltre nog niet uit of het begint alweer te regenen. “Niks van aantrekken” denk ik en de eerste 15 km richting de Cima Campo lopen lekker. Je kunt hier flink doorrijden en je laten meezuigen door de grote groep. De Cima Campo blijkt een klein weggetje, eigenlijk te klein voor het grote aantal deelnemers. Vooral omdat zowel de medio fondo als de gran fondo hier nog bij elkaar rijden. Gelukkig kan iedereen wel goed doorrijden en het devies luidde ‘niet teveel met de krachten smijten’. Dat valt nog niet mee aangezien de adrenaline werkelijk mijn oren uit spuit. De klim loopt lekker regelmatig met percentages rond de 7-8%. Na 1.15 ben ik boven en rij snel door. Ondanks het feit dat de eerste kilometers na de top over een smal bospaadje lopen en het onophoudelijk verder regent verloopt de afdaling probleemloos. Het valt me op dat ik veel mensen inhaal. Ondanks, of wellicht door, het barre weer heb ik het idee aan een bizar avontuur bezig te zijn en vind het werkelijk fantastisch. Bij de bevoorrading kom ik J zowaar weer tegen hij baalt als een stekker door de regen en de kou. Gek genoeg heb ikzelf, als zijnde beroeps-koukleum, nergens last van.

Daarna is het een kwestie van supersnel afdalen over een brede weg richting de Passo Manghen. Over deze klim van 22 km werd door de organisatie nogal opgewonden gedaan en ik merk al gauw waarom. Het begin van de klim baant zich een weg door een bos en is hier nog redelijk mild hoewel de kuiten af en toe flink gepijnigd worden. De laatste 7 km echter vormen een werkelijk adembenemende apotheose. Wat een fantastisch mooie omgeving is dit met ruige rotspartijen, muren van sneeuw en vele watervallen. De weg, waarvan het stijgingspercentage slechts bij hoge uitzondering onder de 10% duikt, kruipt hier prachtig tegen de bergwand omhoog, geaccentueerd door de vele gran fondisti die hetzelfde lot zijn beschoren als ik: afzien als een beest. Naar beneden kijkend heb ik een mooi beeld op de weg en de fietsers die ik achter me heb gelaten. Tergend langzaam kruip ik hier naar boven, de hectometers aftellend om de tijd te doden en de moraal er nog enigszins in te houden. Wat een avontuur. Net binnen de 2 uur klimtijd kom ik boven op de pas. Snel bidonnetjes vullen en een hapje naar binnen werken alvorens de afdaling ingezet wordt. Ik heb het nog steeds niet koud en besluit af te dalen met slechts de windstopper en armstukken. Mijn ervaring is dat de eerste kilometers koud kunnen zijn, maar naarmate de afdaling vordert wordt het gauw warmer. Ook hier lopen de snelheden flink op ondanks de continu aanhoudende regen. In de laatste kilometers haal ik medefietsers in alsof ik ze tegenkom. Zijn zij voorzichtiger of komt het doordat de meesten een wijd regenjack aan hebben en ik een aerodynamische windstopper? Ik denk het laatste, want de weg is hier breed en de bochten flauw, er is geen reden om ingehouden af te dalen.

In het dal echter begint het zowaar droog te worden en hier begint een stuk vals plat richting Predazzo, de voet van de Passo Rolle. Ik zit helaas alleen, maar na een kilometertje of twee komt er een busje naast me rijden met Italianen die opgewonden iets onbegrijpelijks tegen mij roepen en naar achteren wijzen. In de verte zie ik een grote groep naderen en dank de mannen voor de attentie. Hier houd ik de benen even stil om later goed te kunnen aanpikken. Dat rijdt een stuk lekkerder en we zoeven met een man of 20 probleemloos door het dal. De Passo Rolle is een tweetrapsraket met een vlak middenstuk van enkele kilometers. Op papier de makkelijkste hindernis van de dag. Hoewel de benen niet meer zo fris zijn kan ik nog behoorlijk doorrijden. Ik beland in een groepje dat aan elkaar gewaagd is en we blijven bij elkaar tot het eind van het middenstuk. Het is in dit deel van de gran fondo dat zelfs het zonnetje zijn gezicht even laat zien. De tweede klim van de Rolle moet ik de meesten echter laten gaan. Hier beginnen de eerdere inspanningen hun tol te eisen. Al kleiner schakelend probeer ik in een ritme te komen, maar het blijft werken. In de buurt van de top worden de renners bedolven onder Italiaanse aanmoedigingen. “Vai, vai!” klinkt het telkens en dit sterkt me om de top te bereiken.

Vanaf nu volgt het absolute hoogtepunt van de dag, de 40 km lange afdaling naar de voet van de Passo Croce d’Aune. Lekker hard afdalen, nauwelijks gestoord door gemotoriseerd verkeer. Heerlijk. De laatste 10 kilometer lopen iets minder hard naar beneden en hier moet je eigenlijk in een groepje zitten om goed te kunnen doorrijden. Dat komt er gelukkig en kop over kop rijden we door de vele tunnels waar de snelheden in het schemerdonker oplopen tot boven de 60. Ikzelf heb licht op de fiets en dat geeft me in ieder geval het idee gezien te worden. Na 55 minuten afdalen sta ik aan de voet van de laatste klim, de Passo Croce d’Aune. Deze pas kent een redelijk makkelijke aanloop, maar in de laatste drie kilometer was het asfalt blijkbaar op en hebben de bouwers de weg gewoon naar beneden laten lopen. Een muur die nog het meest weg heeft van een Ardense kuitenbijter. Met de aanwezige parcourskennis besluit ik mij te sparen voor deze slotkilometers. Ondertussen heeft Pluvius de hemelpoorten weer wijd opengezet, zodat er in ieder geval voor de noodzakelijke verkoeling is gezorgd. Meter voor meter rij ik voort over deze muur. Voor me renners, achter me renners. Allemaal met dezelfde ellende. Nog 800 meter, nog 700 meter, nog 600 meter…. En zo gaat het maar voort, totdat eindelijk om de hoek de fotograaf staat en het bevrijdende bordje op de pashoogte opdoemt. Heerlijk.

Nu is het alleen nog maar een kilometer of tien afdalen richting Feltre. De snelheid loopt op naar ruim 75 en na enkele minuten bereik ik het stadscentrum alwaar nog één krachtproef wacht in de vorm van een paar honderd meter kasseien van zo’n 14% naar de finish. Dat is echter een peulenschilletje vergeleken tot eerdere inspanningen. Na 9:21 rol ik over de finishlijn. J blijkt net iets sneller te zijn met 9:14. Wij beiden zijn totaal afgepeigerd, maar dik tevreden. Het werk zit erop, nu naar de afsluitende pastaparty.

Resultaat:
- 559 in het officiële klassement op basis van tijd vanaf het startschot.
- 541 op basis van netto fietstijd.
- Aantal deelnemers gran fondo: 1358.

Al met al een fantastische dag gehad en de regen maakte het tot een heroïsche gran fondo.



© C Y C L O K A L E N D E R (2014 - 2020)